Hier zijn vijf verzen om dit mysterie binnen te gaan. Om langzaam te lezen. Om te laten resoneren. Zodat het zachte licht van Witte Donderdag op ons neerdaalt.
"Hij heeft hen liefgehad tot het einde toe." Johannes 13:1
Dit vers opent het verslag van de voetwassing. Het is niet zomaar een overgang. Het is een samenvatting van alles wat Jezus gaat doen. Hij heeft lief tot het uiterste. Tot aan het kruis. Tot het punt waarop Hij degenen vergeeft die Hem pijn doen. Zelfs tot de stilte van eenzaamheid. Dit is geen voorwaardelijke liefde. Het is geen breekbare liefde. Het is een liefde die er helemaal voor gaat, zonder zich in te houden.
Dit vers is een spiegel. Hoe ver ben ik in staat om lief te hebben? Waar stop ik? Jezus daarentegen deinst niet terug. Hij geeft, zonder er iets voor terug te verwachten. En met dit offer redt Hij.
"Als Ik, de Heer en Meester, jullie voeten gewassen heb, moeten jullie ook elkaars voeten wassen." Johannes 13:14
Na de voetwassing van zijn discipelen geeft Jezus geen uitvoerig commentaar. Hij geeft een eenvoudige maar diep ontroerende instructie. Hij, de Heer, werd een dienaar.
Dit vers vraagt ons niet om één keer per jaar een symbolisch gebaar te maken. Het nodigt ons uit om van dienstbaarheid een manier van zijn te maken. Niet om te dienen om bewonderd te worden. Maar om te dienen omdat liefhebben is buigen. Liefhebben is zorgen. Liefhebben is je vernederen zonder je te vernederen, met de waardigheid van hen die leven volgens het evangelie.
"Dit is mijn lichaam, voor jullie gegeven." Lucas 22:19
Die avond neemt Jezus het brood, breekt het en geeft het weg. Dit gebaar, dat voor alle christenen centraal is komen te staan, is een totale gift. Hij behoudt niets. Hij wordt brood. Hij maakt zichzelf aanwezig. Hij geeft zichzelf weg.
Dit vers raakt ons omdat het spreekt over Gods kwetsbaarheid. Een God die ervoor kiest om door arme, toegankelijke, alledaagse tekenen te gaan. Een God die zichzelf geeft in een stuk brood. En die zich op deze manier blijft geven, elke dag opnieuw, zodat wij leven hebben.
"Vader, niet mijn wil maar de Uwe geschiede." Lucas 22:42
In de tuin van Getsemane bidt Jezus. Hij weet wat hem te wachten staat. Hij is vrij. Hij had kunnen vluchten. Maar hij blijft. Hij biedt zijn angst, zijn verdriet, zijn angst aan. En in gebed kiest hij voor de wil van de Vader.
Dit vers is een toonbeeld van vertrouwen. Het ontkent de pijn niet. Hij speelt niet op kracht. Hij gaat de nacht door en geeft zich over. Deze zin kan ook voor ons een gebed worden. Op momenten van keuze, van eenzaamheid, van lijden. Heer, niet wat ik wil, maar wat U wilt. Omdat ik geloof dat uw wil goed is.
"Waak en bid, opdat gij niet in verzoeking komt." Mattheüs 26:41
Jezus vraagt zijn discipelen om samen met hem wakker te blijven. Heel even maar. Een moment van waakzaamheid, van aanwezigheid. Maar ze vallen in slaap. Ze houden het niet vol. Dit vers spreekt ons aan in onze eigen geestelijke vermoeidheid. In onze goede bedoelingen die geen stand houden. Maar het is ook een oproep. Een herinnering dat gebed een steun is, een kracht. Dat waken geen krachttoer is. Het is gewoon daar blijven, in de aanwezigheid. God aanbieden wat we zijn. En onszelf openstellen voor zijn vrede.
Conclusie
Deze vijf verzen, als vijf lichtjes in de nacht, stellen ons in staat Witte Donderdag in te gaan met een eenvoudiger, waarachtiger hart. Dit is geen dag om te begrijpen. Het is een dag om ons te laten aanraken. Om te zien hoe Jezus liefheeft, dient, zich overgeeft, bidt, de wacht houdt. En om zachtjes tegen hem te zeggen: Ik wil met je meelopen. Leer me lief te hebben zoals jij. Te dienen zoals jij. Om mezelf te geven zoals jij.